Overslaan en naar de inhoud gaan

Softwareontwikkeling onder wetenschappelijke loep

Nieuws 05 dec 2016
ICTU werkt samen met Universiteit Leiden. Op de foto van links naar rechts Aske Plaat, Frank Niessink, Fons Verbeek

Sinds 2010 ontwikkelt ICTU software onder eigen regie, gebaseerd op de agile methodiek Scrum en aangevuld met een uitgebreid software kwaliteitsysteem. Dit systeem meet automatisch de kwaliteit van de ontwikkelde software én de kwaliteit van het doorlopen agile proces. Nuttig voor de ontwikkelteams, want zij krijgen zo exact inzicht in de kwaliteit van de software op elk moment. Maar is er niet meer interessante informatie te halen uit deze beschikbare data? Hoe kunnen we deze benutten om nog beter grip te krijgen op de kwaliteit in een softwareontwikkelproject? Daar doet ICTU onderzoek naar, in samenwerking met het Leiden Institute of Advanced Computer Science (LIACS) en Leiden Centre of Data Science (LCDS), beide verbonden aan de Universiteit Leiden. Een interview met drie betrokkenen bij het GROS-project (Grip op Software).

Aan het interview doen mee: (op de foto van links naar rechts): Aske Plaat (hoogleraar Data Science) en wetenschappelijk directeur van het LIACS , Frank Niessink (kwaliteitsmanager ICTU) en Fons Verbeek (projectleider van GROS en onderzoeker aan het LIACS).

Frank Niessink: ‘De data over softwareontwikkeling is in eerste instantie niet verzameld voor onderzoek. Maar het is wel een interessante bijvangst waarvan wij denken dat er veel meer uit te halen is. We hebben veel ervaring met softwareontwikkeling maar eigenlijk weten we nog onvoldoende welke aspecten van het werk vooral van invloed zijn op het eindresultaat en welke minder. Daarom investeert ICTU nu in onderzoek’.

Het onderzoek kan niet alleen voor ICTU nuttige inzichten opleveren, ook voor wetenschappelijke data- en softwareonderzoekers is GROS interessant. Fons Verbeek: ‘Je kunt heel goed theoretisch bezig zijn met softwareontwikkeling, maar data uit echte ontwikkelprojecten maakt het mogelijk te gaan meten, te onderzoeken en om verbanden te zoeken.’ Aske Plaat: ‘Vanuit de universiteit is er veel aandacht voor het verbeteren van kwaliteitssystemen bij de overheid en voor big data. Door onze samenwerking met ICTU kunnen we twee vakgebieden bij elkaar brengen: softwareontwikkeling en data science. Dat kan nu trouwens beter dan ooit. Er is nu veel meer data beschikbaar dan vroeger, algoritmes zijn beter en de systemen sneller.’

Nuttige kennisuitwisseling

De laatste fase van de pilot die ICTU en de Leidse onderzoekers zijn gestart, wordt momenteel afgerond. Daarin staat de ontwikkeling van een bruikbare dataset centraal, die nodig is voor en benut kan worden in een volgende fase van het onderzoek. Een promovendus van de universiteit zal die dataset gebruiken om verbanden te zoeken en op basis daarvan hypotheses te toetsen. Dat gebeurt allemaal bij ICTU in huis. ‘Doordat we bij elkaar zitten, krijgen wij de praktische kant van softwareontwikkeling mee en zien we welke vragen of problemen zich kunnen voordoen in de praktijk. Zo ontstaat er een nuttige kennisuitwisseling waar beide partijen van profiteren’, aldus Verbeek.

Scrum: effectief of niet?

Gevraagd naar de thema’s die in dit onderzoek centraal staan, noemt Verbeek de effectiviteit van de Scrummethode. ‘Ik ben heel nieuwsgierig naar de interacties tussen mensen en het effect daarvan op een project.’ Plaat voegt toe: ‘Iedereen zegt dat Scrum goed werkt, maar komt dat wel door Scrum, of zijn er andere factoren van belang? Voor dat soort vragen leent wetenschappelijk onderzoek zich bij uitstek.’

Niessink: ‘Softwareontwikkeling is in feite mensenwerk. In de praktijk ervaren wij dat Scrum goed werkt. Wetenschappelijk onderzoek kan er voor zorgen dat we onze aanpak nog verder kunnen verbeteren. Mogelijk krijgen we nieuwe inzichten, die we zelf nooit hadden kunnen vinden. Het zou mooi zijn als we die nieuwe inzichten kunnen gebruiken om de kwaliteit van softwareontwikkeling en softwareprojecten verder te helpen.’

Leren

Zowel ICTU als LIACS gaan verwachtingsvrij het onderzoek in. Verbeek: ‘Alleen op deze manier kan er sprake zijn van objectieve wetenschap.’ Niessink vult aan: ‘We hopen natuurlijk wel dat we bepaalde verbanden vinden in de data. Uiteindelijk is de missie van ICTU om bij te dragen aan een betere digitale overheid. Het ontwikkelen van goede en betrouwbare software helpt daarbij. Een goed ontwikkelproces helpt ons enorm. Wat is daarbij echt effectief en wat zijn onterechte aannames? Stel, we merken dat het wisselen van een teamlid een grotere invloed heeft op de kwaliteit of productiviteit dan we dachten. Dan kunnen we daar gericht op ingrijpen door bijvoorbeeld meer ruimte te houden voor inwerktijd of wisselingen en te kijken wat het effect daarvan is. Experimenteren om te leren dus!’

Dit artikel is verschenen in de decembereditie van het e-zine van ICTU. In dit e-zine de impressies van de bijeenkomsten over innovaties en vergezichten binnen de digitale overheid. En informatie over vervolgactiviteiten, zoals het Kennisplatform Big Data.

Reactie toevoegen

Laat een reactie achter