Direct naar inhoud

Gerdine Keijzer-Baldé: terugblikken en vooruitkijken

Artikel , bekijk alle
Gepubliceerd op:

ICTU werkt al 25 jaar aan een betere digitale overheid, samen met vele anderen. Veel mensen maakten de afgelopen jaren het verschil, elk vanuit hun eigen rol. In deze serie komen zij aan het woord. We vragen hen terug te blikken op de belangrijkste ontwikkeling in hun vakgebied en vragen hen om vanuit hun expertise vooruit te kijken naar de digitale overheid van morgen.

In deze aflevering Gerdine Keijzer-Baldé. Zij zet zich al jarenlang in voor de digitale overheid, onder meer als directeur van DICTU en van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). Ze is nu kwartiermaker en beoogd directeur-generaal van het op te richten DG Digitaliseringsbeleid, Samenleving en Overheid bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Ze werkte vanuit verschillende rollen samen met ICTU en ze was lid van het bestuur van ICTU.

Terugkijkend op 25 jaar digitalisering: wat was volgens jou een bepalende ontwikkeling of sleutelmoment?

Het stelsel van basisregistraties. Dat is bepalend geweest voor het functioneren van de overheid. Het bestaat al een hele tijd en is iets waar we trots op mogen zijn vind ik. Zelf kreeg ik er in 2010 mee te maken, als directeur RvIG. Toen stond er al een mooie kern, met de BRP, de BAG en het Handelsregister. Het stelsel legde een goede basis voor de digitale gegevensuitwisseling tussen alle overheden. Dankzij dit fundament was Nederland lange tijd koploper in digitale dienstverlening.

Sowieso vind ik het mooi om te zien dat de Nederlandse overheid digitale ontwikkelingen altijd heeft omarmd. Niet als eerste, maar we waren toch vrij snel in het gebruiken van computers, het internet en sociale media. Die houding hebben we ook nu weer met AI. Tegelijkertijd zit de vaart er niet meer zo in als in de begintijd van de basisregistraties. In het regeerakkoord staat niet voor niets dat we stevige stappen moeten zetten, om weer koploper te worden in de digitale economie en samenleving.

Wat is jouw droombeeld van de digitale overheid, over 25 jaar?

Misschien wel dat digitalisering volstrekt normaal is in het leven van iedereen. Van burgers, bedrijven en ambtenaren. Dat is klinkt eenvoudig, maar toch  hebben veel mensen nog niet de digitale vaardigheden die nodig zijn om mee te komen in de samenleving. Ook op het vlak van de IT die we als overheid gebruiken moet er nog het nodige gebeuren, om het geheel beheersbaar en veilig te houden. Mijn droombeeld is dat we dit op orde hebben en dat mensen zo vaardig zijn dat we nieuwe technologie snel, verantwoord én veilig kunnen gebruiken. Technologie zoals AI. Dan benutten we de kansen die technologie biedt, voor onze economie en onze samenleving.

Wat kunnen we nu doen om dat droombeeld dichterbij te brengen?

Er moeten verschillende dingen gebeuren. Om te beginnen bij de overheid: veel digitale dienstverlening is versnipperd; dat kan efficiënter en slagvaardiger. We moeten echt van aanbodgericht naar vraaggericht, met de vraag van burgers en bedrijven als uitgangspunt. Dan wordt onze dienstverlening toegankelijker, voor iedereen. Alleen dan realiseren we de ambitie van één overheid en worden we weer een koploper in dienstverlening. Het betekent onder meer dat we veel meer samenwerken en samen optrekken. Een mooi voorbeeld vind ik wat er nu gebeurt met de chatbot Gem, die samen met gemeenten wordt doorontwikkeld.

Een ander voorbeeld is de Nederlandse Digitale Dienst, die ervoor gaat zorgen dat er meer regie wordt gevoerd op de digitalisering van de overheid en dat we echt anders gaan samenwerken. Bijvoorbeeld in het realiseren van overheidsbrede autonome oplossingen. De Nederlandse Digitaliseringsstrategie biedt een goede paraplu om de vele initiatieven die er al zijn te bundelen, en om meer regie te voeren. Verder is het belangrijk dat we investeren in de digitale vaardigheden van burgers en bedrijven. Zodat zij weerbaarder worden in de digitale wereld en de digitale dienstverlening van de overheid beter kunnen gebruiken.

Tot slot is vergaande samenwerking met de markt belangrijk, want de overheid heeft marktpartijen nodig om haar digitale ambities waar te maken. De overheid kan er ook als launching customer voor zorgen dat het Nederlandse en Europese aanbod van technologie wordt vergroot en versterkt. Het internationale speelveld is belangrijk, want samen doen betekent ook in Europees verband samen optrekken. We kunnen veel leren van hoe andere landen en de EU zaken aanpakken. Kortom: het gaat ons helpen om beter elkaars kennis te gebruiken, niet alles zelf te willen doen, als organisatie en als land. Juist door onze krachten te bundelen, zowel nationaal als Europees, kunnen we veel meer bereiken. Die samenwerking geeft ons de schaal en slagkracht die nodig zijn om echt verschil te maken.

Meer interviews in de jubileumreeks ICTU 25 jaar vind je elders op deze website!

Een lijst met artikelen

  • Nederland Digitaal Festival

    Op woensdag 18 en donderdag 19 november 2026 vindt de allereerste editie plaats van het Nederland Digitaal Festival (het nieuwe ECP Jaarfestival) georganiseerd door ECP en SIDN.

    Gepubliceerd op:
  • Bart Groothuis: terugblikken en vooruitkijken

    ICTU werkt al 25 jaar aan een betere digitale overheid, samen met vele anderen. Veel mensen maakten de afgelopen jaren het verschil, elk vanuit hun eigen rol. In deze serie komen zij aan het woord. In deze aflevering Bart Groothuis, Europarlementariër en fractielid van Renew Europe.

    Gepubliceerd op:
  • Impressie Gem kwartaalupdate #2

    Donderdag 9 juli organiseerden we bij ICTU de tweede Gem kwartaalupdate.  

    Nicolette Faneyte (opdrachtgever, ministerie van BZK) heette de ruim honderd deelnemers, allen ‘vrienden van Gem’, welkom. 

    Gepubliceerd op: