OS/OSS steeds belangrijker in ICT-beleid UvA

Met een budget van ruim 487 miljoen euro en zeven faculteiten behoort de Universiteit van Amsterdam (UvA) tot de grote algemene universiteiten in Europa. In het ICT-beleid van de onderwijs- en onderzoeksinstelling wordt gestreefd naar 'duurzaamheid door open standaarden en open community software voor een optimale ondersteuning aan onderwijs en onderzoek'. Een gesprek met Frank Benneker van de UvA over het belang van open standaarden, en de visie ten aanzien van open source software in het algemeen en Sakai in het bijzonder.

Foto van Frank Benneker van de UvA

Aan de Amsteldijk, in het hart van Amsterdam, ligt Riverstaete. Het is een van de circa 85 panden van waaruit de Universiteit van Amsterdam werkzaam is. Op de tweede etage van het gebouw huist onder meer het Informatiseringscentrum (IC), waar ook de Onderwijs-&Onderzoeksdienstengroep deel van uitmaakt. Sinds eind jaren '90 is deze groep bezig met het ontwikkelen van diensten voor de onderwijs- en onderzoekstak van de UvA, waarbij het met name gaat om online diensten. “Dan moet je vooral denken aan zaken als studentenmail, studentenportals, leeromgeving, toetsomgevingen, evaluatiesystemen”, aldus Frank Benneker, sinds 10 jaar verbonden aan de UvA als ICT-specialist in het onderwijs (“Daarnaast is een van mijn werkzaamheden dat ik trends mag volgen, dat ik wat verder in de toekomst mag kijken”). Benneker ervaart dat het aantal applicaties in de loop der jaren fors is toegenomen. “Het wordt steeds meer, het divigeert heel erg. Vroeger, toen wij begonnen, kon je met één applicatie het hele spectrum afvangen. Nu zie je dat een breed scala aan applicaties ontstaat, en daarnaast heb je ook nog eens niche applicaties met een vrij specifieke functieondersteuning. We proberen af en toe wel in te spelen op wat hip en trendy is als het gaat om applicaties, maar omdat het zo snel gaat, is dat niet altijd bij te benen. Bovendien moet je je altijd afvragen of ze wel bij het onderwijs passen. We beperken ons dan ook echt tot dingen die direct met het onderwijs- of onderzoeksproces te maken hebben. Dingen als Hyves, LinkedIn en Facebook hebben zeker onze aandacht. We leren er een heleboel van, maar we willen het vooral niet namaken of nadoen. Het kan ons wel inspireren. Recent hebben we de studentenportal geupgrade. Die is met alle standaardinformatiekanalen voorzien en we denken er nu over na of we daar misschien nog openingen naar externe bronnen in maken. Dat onze gebruikers zelf kanalen kunnen toevoegen van bronnen die van buiten de UvA komen.”

Open source software

In het beleid van de UvA spelen open standaarden en open source software een steeds belangrijker rol. Wat betreft open source software is dat nog op relatief bescheiden schaal, zo laat Frank Benneker weten. “Eind 1999, begin 2000 zijn we gestart met het gebruik van de (gesloten) Blackboard-leeromgeving, ook omdat in die tijd er überhaupt nog geen goed open source alternatief voorhanden was. Met Blackboard zijn we erg snel gegroeid, en ergens in 2002 merkten we dat er steeds meer behoefte kwam aan extra diensten. Zo was er behoefte aan een portal voor studenten, en daarin hebben we lang gezocht naar een oplossing. We waren in die tijd veel bezig met Sun, maar met hen kwamen we om verschillende redenen er niet uit. Toevallig kwamen we daarna uit bij uPortal. Dat is een Java-product dat vanuit het Amerikaanse Hoger Onderwijs en enkele commerciële partners 'in de markt is gezet', en onder een open source licentie (BSD) is vrijgegeven. uPortal voldeed wel aan onze verwachtingen, en uiteindelijk is dat de basis van onze studentenportal geworden.” In diezelfde tijd was de UvA betrokken bij de Digitale Universiteit, een consortium van tien universiteiten en hogescholen dat als doel had om digitale leermiddelen te ontwikkelen en onderling kennis over het gebruik van ICT in het onderwijs uit te wisselen. “Bij die uitwisseling waren open standaarden erg belangrijk, en daar waren we binnen de Digitale Universiteit het wel over eens. Dat gold niet voor de open source-oplossingen. We kwamen er niet uit, maar dankzij een uPortal-conferentie in de Verenigde Staten werden wij wel op het spoor gezet van de Sakai Foundation. Sakai is een vernieuwende manier van samenwerken van onderwijsinstellingen en bedrijven. Die kennismaking is voor ons een belangrijke eerste stap geweest richting open source software. Overigens heeft de Digitale Universiteit per 1 januari 2007 de activiteiten gestaakt.”

'Control your destiny'

De Sakai Foundation is in 2004 vanuit een aantal grote Amerikaanse universiteiten (Indiana, Michigan, Standford, Massachusetts Institute of Technology) opgericht met als voornaamste reden dat het erg lastig en duur bleek voor onderwijsinstellingen om een eigen(gebouwd) systeem in stand te houden. “De vraag is destijds dan ook naar boven gekomen of het niet mogelijk zou zijn om op dit gebied samen te werken en ontwikkelaars met elkaar te delen. De behoefte kwam ook naar voren vanuit de 'control your destiny'-gedachte. Als Hoger Onderwijs weet je het best wat je eisen en wensen zijn, en daarbij speelde ook mee dat de instellingen toch niet helemaal tevreden waren met wat de commerciële partijen boden. Dat is ook niet vreemd, want commerciële partijen moeten een veel breder spectrum aanbieden, zijn vanuit hun business wat conservatief als het gaat om innovaties en staan verder van de dagelijkse onderwijspraktijk af. Dus op het moment de Sakai Foundation vanuit de VS langskwam, zijn we eigenlijk vrij snel aangehaakt. Voor ons digitaal portfolio hebben we gekozen voor Open Source Portfolio (OSP), een toepassing dat langzamerhand een vast onderdeel is geworden van Sakai. Verder wordt Sakai bij ons ingezet als samenwerkings- en projectomgeving binnen de UvA en in samenwerkingsverbanden tussen de UvA en andere instellingen en organisaties. Deze omgeving (UvA Communities) wordt maandelijks door enkele duizenden personen binnen en buiten de UvA gebruikt, en zal met ingang van 1 januari 2010 een standaarddienst zijn die wij gaan aanbieden. Mee heeft gespeeld om voor Sakai te kiezen, de filosofie die erachter zit. Het heeft een model waarbij de deelnemende instellingen lidmaatschap betalen. Juist dat governancemodel van Sakai, waarbij de leden leden via stemrecht bepalen hoe de volgende release eruit komt te zien, vonden wij erg goed passen bij onze universiteit.”

Blackboard

Het aantal gebruikers van Sakai in de Verenigde Staten mag dan relatief groot zijn, het aantal instellingen en organisaties in Nederland dat zich met het softwarepakket bezighoudt, is redelijk beperkt. Dat erkent ook Benneker. “Elsevier Opleidingen en de Leidse Onderwijsinstellingen maken gebruik van een aangepaste versie van Sakai. Verder wordt in het MBO en het bedrijfsleven op bescheiden schaal gebruikgemaakt van Sakai, of een afgeleide daarvan. Het probleem is dat het vaak gaat om erg lange managementbeslissingen en vaak zie je dan toch dat het hoger management anders aankijkt tegen dit soort grote investeringen. Ook bij ons wordt het niet gebruikt als primaire leeromgeving. Dat is en blijft voorlopig Blackboard. Mijn ervaring is dat in de Verenigde Staten de grotere universiteiten daar wat makkelijker in zijn. Die maken de sprong wat sneller”, aldus Benneker. “Technisch functioneel zou je Blackboard er uit kunnen zetten en Sakai ervoor in de plaats kunnen doen. Maar dat gaan we voorlopig niet doen. Er horen op dit moment 5000 docenten en circa 40.000 studenten in Blackboard te werken, en die zijn volledig gewend om op die manier te werken. Mensen iets nieuws aanleren is lastig en kostbaar. Je moet ze opleiden en trainen. Dat is op zich geen probleem, maar dan moet het nieuwe product wel vele malen innnovatiever zijn en dat is niet het geval. Blackboard en Sakai zijn redelijk uitwisselbaar als het om functionaliteit gaat. Bovendien hebben we nu enige terrabytes aan data in Blackboard zitten. Als je die moet migreren, dan moet je ervan overtuigd zijn dat het ook in het nieuwe systeem direct goed werkt. De eerste jaren zullen we dan ook Blackboard aanhouden als onze primaire leeromgeving in het bachelor onderwijs.”

Voordelen

Ondanks het feit dat Sakai voor de UvA niet de primaire leeromgeving is, wordt binnen de UvA wel voortdurend gewerkt om het product te verbeteren. De Amsterdamse universiteit heeft zich daarbij met name toegelegd op het onderdeel quality assurance (QA), zo zegt Benneker. “Alan Berg van het IC heeft verschillende methodieken ontwikkeld om automatisch de kwaliteit van de software te te analyseren op fouten en foutcodes, en dat is onze belangrijkste bijdrage aan Sakai. In de levenscyclus van de softwareontwikkeling is QA een belangrijke stap. Veel open sourceproducten lijden eraan dat ze wel innovatief en slim zijn, maar omdat de ontwikkelaars niet al te veel tijd besteden aan QA, dreigt de levenscyclus van die software soms spaghetti te worden. Dankzij QA kunnen we zelf veel beter vaststellen wat de kwaliteit is van een product voordat we het in productie nemen. We doen dat ook veel met closed sourceproducten, maar dan zit je toch steeds weer te kijken naar wat je wel of niet mag analyseren. Een ander voordeel van open source software is dat je bij kunt dragen aan de roadmap van een product. Bij commerciële partijen bestaat die mogelijkheid niet of nauwelijks. Een goed voorbeeld van hoe je bij kunt dragen zijn de alfabetiseringsregels. In Nederland hebben we een afwijkende manier van alfabetiseren, en met name de Engelsen en Amerikanen kunnen er niet mee overweg dat wij ook achternamen en tussenvoegsels alfabetiseren. Je kunt je invloed laten gelden binnen een community door bijvoorbeeld voor te stellen om bij een volgende release een Nederlandse én een Engels/Amerikaanse manier van alfabetiseren uit te brengen. Dat zijn veranderingen die wij erdoor proberen te krijgen. Probeer dat maar eens bij commerciële partijen. Daar wordt snel gezegd: in Nederland heb je drie gebruikers, en dat kost je dus zo en zoveel geld.”

Open standaarden

Nog niet echt belicht, maar zeker zo belangrijk voor de UvA zijn open standaarden. “Zeker als het om contentuitwisseling gaat. Open standaarden maken uitwisseling gemakkelijker. In eerste instantie zul je daarvoor wel de diepte in moeten met investeringen, maar ik ben ervan overtuigd dat er een businessmodel te maken is waardoor met open standaarden (en open source software) op lange termijn geld te verdienen is”, aldus Benneker. “Wat ons betreft is het belangrijk dat in software, en dan maakt het niet uit of het om open source of om closed source gaat, er gewerkt wordt met open standaarden zodat het makkelijk is om de informatie van het ene naar het andere systeem te exporteren of te importeren. Via een omweg doen we dat nu ook met het ODF-formaat. De standaard UvA-werkplek voor medewerkers en studenten bevat, dankzij een plugin in MS Office, ook over ODF. De lastigheid met open standaarden is dat leveranciers ze vaak wel omarmen, maar er altijd net wat extra's inbouwen die zo uniek voor een product zijn waardoor je voor 80% aan open standaarden hebt, maar voor de andere 20% toch nog iets moet bedenken. Een ander manco is, en dat geldt zeker voor de Nederlandse situatie, dat we ons het liefst niet bemoeien met hoe een standaard tot stand wordt gebracht. Maar achteraf gaan we wel zeggen dat ze niet doen naar wat wij vinden dat ze zouden moeten doen. Naar mijn mening zouden we veel nadrukkelijker in het ontwikkelstadium mee moeten denken hoe standaarden eruit zouden moeten zien, want daar gaat het vaak mis.” Frank Benneker ziet ook een rol weggelegd voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij het bevorderen van open standaarden. “Zij kunnen niks afdwingen, maar ze zouden wel meer kunnen sturen. Daarnaast zouden ze er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat er (meer) middelen beschikbaar worden gesteld om open standaarden gedaan te krijgen. Dat zou al een mooie stap zijn”, aldus Benneker.

    Op maandag 5 oktober is in de Agnietenkapel in Amsterdam het (besloten) congres 'Open IC' gehouden. Tijdens de bijeenkomst vond onder meer de overhandiging plaats van 'Sakai Courseware Management: The Official Guide', het eerste officiële Sakai-handboek, geschreven door Alan Berg (IC UvA) en Michael Korcuska (Sakai Foundation).

Tekst en foto: frits.jong@noiv.nl (Frits de Jong – NOiV)

Service

Help