Aantal Amsterdamse scholen kiest voor ‘open’ vanwege flexibiliteit, vrijheid én kostenbesparing
- Domein: Onderwijs
- Organisatie: Stichting KBA Nieuw-West
- Adres: Teilingen 1, 1082 JP Amsterdam
- Contact: George Pol, Paul van Putten, ict@stkba.nl, pvanputten@stkba.nl
- Datum aangemaakt: 14 september 2010
Open source software binnen het onderwijs. Het is een combinatie die (nog) niet bijster veel voorkomt. Zeker in het primair onderwijs (nog) niet. Een van de uitzonderingen is te vinden in Amsterdam. Daar maakt een aantal scholen, vallende onder de Stichting KBA Nieuw West, gebruik van ServerAtSchool, een ICT-systeem met louter open source ingrediënten. Met name de grotere mate van flexibiliteit, vrijheid én kostenbesparing waren voor de Amsterdamse scholen reden om te kiezen voor open source software. “Nu is het zaak dat we meer onderwijsbesturen geïnteresseerd kunnen krijgen voor dit mooie systeem”, aldus Paul van Putten, algemeen directeur van de stichting.
Midden in de wijk Buitenveldert in Amsterdam, in het stadsdeel Zuid, staat het pand waar Stichting KBA Nieuw West gevestigd is. De stichting is het bestuur van acht scholen in het primair onderwijs, verspreid over Amsterdam. Daarbij gaat het om zes katholieke- en twee interconfessionele scholen. Algemeen directeur van de stichting, die haar werkzaamheden heeft verspreid over een bestuurskantoor en een onderwijsbureau, is Paul van Putten. Na 26 jaar directeur te zijn geweest in het basisonderwijs, stapte hij negen jaar geleden over naar KBA, waar hij nu leiding geeft aan circa 250 personeelsleden en 2000 leerlingen. Die relatieve kleinschaligheid zorgt ervoor dat er binnen de stichting nauw wordt samengewerkt, een organisatie die sinds 2002 bestaat. “Dat gebeurt tussen de medewerkers van de scholen, maar zeer zeker ook tussen de directies van de bij KBA aangesloten scholen”, zo laat Van Putten weten, die verder de goede samenwerking tussen het bestuurskantoor en het onderwijsbureau aanhaalt. “Op dat onderwijsbureau werkt een groot aantal specialisten, en zij voeden ons beleid vanuit hun kennis.” Een van de specialisten waar Paul van Putten op doelt, is George Pol, sinds zeven jaar bovenschoolse beleidsmedewerker ICT bij de stichting. “Ik praat met directeuren van scholen over de mogelijkheden en onmogelijkheden van het ICT-gebruik in het onderwijs. Daarnaast probeer ik zo goed mogelijk bij te blijven met de ontwikkelingen op het gebied van ICT in relatie tot het onderwijs”, aldus Pol, die eerder onder meer werkzaam was als leerkracht en als helpdeskmedewerker bij een onderwijsdienstverlener.
ServerAtSchool
Het was George Pol die, samen met zijn toenmalige collega Bas Smit, Stichting KBA op het spoor zette van open source software. Dat gebeurde, nadat de Amsterdamse stichting eind 2004 besloten had om meer beleidsmatig te gaan werken en er onder meer een ICT-beleidsplan werd opgesteld. George Pol daarover: “Bas Smit had, voordat hij bij KBA aan de slag ging, gewerkt op de Amsterdamse basisschool Corantijn en dat was een van de partijen die aan de basis heeft gestaan van het ServerAtSchool-concept.” Het ServerAtSchool-concept is ontstaan in maart 2004, en behelst een ICT-systeem met louter open source ingrediënten voor het onderwijs. “Bas was erg enthousiast over dat concept, en ook over de mensen achter het geheel. Op een bepaald moment zijn we daar mee gaan praten, en ook gaan kijken op twee scholen waar het al in werking was. Dat heeft erin geresulteerd dat we op één van onze aangesloten scholen (De Ark) een pilot hebben gedraaid met ServerAtSchool, en dat is prima bevallen. Zo goed zelfs dat inmiddels op vijf van de acht bij KBA aangesloten scholen ServerAtSchool draait, en ook dit kantoor maakt er gebruik van. Wat mij vooral aanspreekt is de flexibiliteit en de vrijheid van het systeem. Het wordt ingericht zoals jij het wil hebben, en daarmee is het helemaal aan te passen aan jouw smaak en jouw ideeën. Ik ben momenteel aan het praten met een van onze scholen die nog niet aangesloten is bij ServerAtSchool, en die zijn toch wel erg verbaasd over het feit dat je als school zelf zoveel inbreng hebt. Zij hebben nu een netwerkleverancier, en die zegt: ‘dit is ons concept, zo werkt het. Punt’. Bij ServerAtSchool is wat dat betreft veel meer flexibiliteit en vrijheid. Gelukkig maar.”
OpenNA
Ook Paul van Putten is erg te spreken over de ‘begrippen’ flexibiliteit en vrijheid in relatie tot het gebruik van ICT. “Ik kom uit het onderwijs, en weet dus waar het over gaat. Het is natuurlijk erg prettig dat je niet meer gebonden bent aan een abonnement van één bepaalde firma. Daarnaast is het ook prettig dat je met één druk op de knop een systeem, in de vorm van een image, terug kunt zetten naar hoe het was. Bijvoorbeeld wanneer een van de leerlingen het systeem op hol heeft gebracht. Het is fantastisch dat die mogelijkheid bestaat”, zo laat Van Putten weten. Hij ervaart het als een groot voordeel dat een keus voor open source software werd genomen op het moment zijn organisatie nog maar net van start was gegaan. “Sowieso stond ICT in het onderwijs toentertijd nog in de kinderschoenen. Bovenschools beleid op ICT-ontwikkeling of iets dergelijks was in ontwikkeling. Een voordeel was dan ook dat we niets hoefden te overwinnen, omdat de aangesloten scholen op ICT-gebied nog geen netwerksysteem hadden en de keus voor ServerAtSchool dan ook relatief gemakkelijker gemaakt kon worden.” Die keus is dusdanig uitgepakt, dat nu op het gros van de scholen van de Stichting KBA gewerkt wordt met Windows-werkstations (XP) die draaien op een Linux-server. Opmerkelijk feit daarbij is dat gekozen is voor OpenNA (Open Network Architecture), een Linux-distributie dat niet meer actief wordt ondersteund. George Pol over die keus: “Er zijn ontzettend veel pakketten die bekender zijn, maar daar is het vaak best lastig om echt van de hoed en de rand te weten. Neem een Linux-distributie als Ubuntu of Red Hat. In tegenstelling tot bijvoorbeeld die distro’s is OpenNA volledig gedocumenteerd. Dat was voor ons reden om uiteindelijk te kiezen voor OpenNA. Bovendien is het een superstabiel systeem”, aldus Pol, die het systeembeheer wat betreft de open sourcecomponenten heeft uitbesteed aan Ingenieursbureau PSD in Bussum.
Kostenbesparingen
Met het noemen van het bedrijf dat zorgdraagt voor het systeembeheer, is gelijk ook een deel van de kosten genoemd die Stichting KBA jaarlijks kwijt is aan onderhoud, abonnementen en lidmaatschappen. “Je kunt het serverbeheer ook in eigen hand houden, maar de trend is dat steeds meer scholen de server uitpandig zetten en het beheer uitbesteden. Dat heeft ook te maken met de kans op diefstal of brand. Wij betalen alleen voor de uren dat de serverbeheerders daadwerkelijk voor ons bezig zijn, en zitten niet vast aan een basisabonnement. Dat is gelijk het grote verschil met veel van onze collega-scholen die jaarlijks toch al snel tussen de 5000 en 6000 euro betalen voor het onderhoud. Wat onze kosten betreft zijn wij verder jaarlijks een relatief klein bedrag (circa 100 euro per jaar per server) kwijt aan de (door-)ontwikkeling van ServerAtSchool, en wordt jaarlijks een lidmaatschapsbedrag (25 euro) afgedragen aan STRICT (Scholen Tezamen Rijk met ICT), de gebruikersvereniging waaraan basisscholen en besturen deelnemen die ServerAtSchool gebruiken”, zo laat Paul van Putten weten, die de besparing door vooralsnog niet mee te doen met het BOA-project (Breedbandnetwerk Onderwijs Amsterdam) nog even buiten beschouwing laat. Door niet mee te doen aan dat project, waarbij scholen in Amsterdam worden aangesloten op een glasvezelnetwerk, bespaart KBA per maand ongeveer 300 euro per school.
Overtuigingskracht
Ondanks de aangetoonde voordelen, zoals meer flexibiliteit, vrijheid én kostenbesparingen, bespeurt Paul van Putten tot op heden nog niet echt veel enthousiasme bij collega-scholen waar het gaat om het gebruik van open source software in zijn algemeenheid en ServerAtSchool specifiek. In dat proces lijkt een belangrijke rol weggelegd voor de bovenschoolse ICT’er, aldus Van Putten. “Verstandige schoolbestuurders zullen hun oor toch regelmatig te luister leggen bij hun specialisten. Zeker als het gaat om ICT. Het advies van de bovenschoolse ICT’er zal dan ook zwaar wegen. Feit is dat het gros van die groep nog steeds op de lijn van de ‘grote jongens’ zit, zoals een Heutink of een Station to Station. Vaak wordt dat ook in stand gehouden vanuit een soort van behoudendheid, een soort van veiligheid. Je weet wat je hebt, en zolang het werkt is er geen aanleiding om dat te veranderen. Het kost dan ook erg veel moeite om andere schoolbesturen mee te krijgen richting open source software. Toch worden er wel stappen gemaakt, hoe klein dan ook. Binnen Stichting KBA proberen we nu scholen én schoolbesturen in onze eigen omgeving geïnteresseerd te krijgen voor dit mooie systeem. Probleem is echter dat wij niet veel geld hebben om pr te maken, en daarbij willen we onze leden niet extra belasten met allerlei promotiegelden. Een andere stap voorwaarts is dat schoolbestuurders met betrekking tot het BOA-project advies hebben ingewonnen bij ‘Samen Deskundiger Amsterdam’, de club van verenigde hoofdstedelijke ICT’ers. In vergelijking met voorheen is dat al een héle vooruitgang”, aldus Paul van Putten.
Winstpunten
Gevraagd naar meer winstpunten van de afgelopen jaren, geeft Paul van Putten aan dat het daarbij niet alleen gaat om een financiële definitie van het woord winst. “Natuurlijk is de geldelijke winst een belangrijk punt. Door te kiezen voor open source software, in ons geval voor ServerAtSchool, besparen we ongeveer 4000 euro per jaar per school. Dan heb ik het alleen over onderhoud, dus niet over de aanschaf van software, smartboards of het niet aanhaken bij het BOA-project. Naast die geldelijke winst is er ook een winst die tussen de oren zit. Of andere scholen dat ook zo ervaren weet ik niet, maar als KBA doen wij dat in ieder geval wel. Als je nooit een ander systeem hebt gehad, heb je ook niet die besparing in je hoofd. Je ziet geen verschil, en je bent alleen maar tevreden hoe het loopt.”
George Pol laat weten dat hij relatief veel scholen tegenkomt die weinig ruimte hebben voor vernieuwing. “Ball and chain. Iets niet kunnen, omdat je volledig vastzit en gebonden bent aan een bepaalde leverancier. Dat vind ik wel erg triest”, aldus Pol, die tot slot een pleidooi houdt voor een nog onderbelicht voordeel van de ‘open’ manier van werken. “Dan heb ik het over het delen van kennis, een erg belangrijk punt binnen het onderwijs. Of althans, dat zou het moeten zijn. Dingen van elkaar leren. Binnen STRICT en ServerAtSchool is het de gewoonste zaak van de wereld dat je een mailtje stuurt naar de technieklijst, als je met een probleem of vraag zit. Bijvoorbeeld over een bepaald softwarepakket. Momenteel wordt er binnen een van die lijsten een ‘discussie’ gevoerd over een bepaald softwarepakket, waarbij onder meer vragen aan de orde komen als ‘wie heeft het programma al draaien?’, ‘werkt het prettig?’, en ‘hoe heb je dat dan voor elkaar gekregen?’. Die uitwisseling van informatie (‘iemand heeft een probleem, en we zoeken gezamenlijk naar een oplossing’) is wat ons betreft erg veel waard. Eigenlijk is het dan ook redelijk onbegrijpelijk dat niet meer mensen dit systeem, en alle services die eraan hangen, gebruiken.”
De basismogelijkheden van ServerAtSchool bestaan onder meer uit:
-
Tekst: frits.jong@noiv.nl (Frits de Jong – NOiV)
