Veelgestelde vragen
Inleiding
‘Wat is de achtergrond van het actieplan NOiV?’
De overheid heeft zich als doel gesteld om burgers en bedrijven betere dienstverlening te bieden en de administratieve lasten te verminderen. Voorbeelden van projecten die ertoe moeten leiden dat maatschappelijke doelstellingen worden behaald zijn: het Digitaal Klantdossier, WMO/Regelhulp, Verwijsindex Risicojongeren en Dienstenrichtlijn. Veel van deze maatschappelijke vraagstukken zijn dermate complex dat samenwerking tussen meerdere overheidsorganisaties noodzakelijk is. Vaak vindt deze samenwerking in wisselende samenstelling plaats.
Organisaties kunnen alleen effectief (in wisselende samenstelling) met elkaar samenwerken als zij afspraken maken over de inrichting van die samenwerking en de wijze waarop gegevens worden uitgewisseld. Interoperabiliteit, het vermogen van (informatie)systemen om op elektronische wijze gegevens en informatie te kunnen uitwisselen binnen en tussen organisaties, tussen bedrijven en overheden en burgers en overheden en overheden onderling is dan ook een noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van deze maatschappelijke doelen. In dat kader heeft de Tweede Kamer aangegeven het gebruik van open standaarden en open source software door de overheid en de (semi-) publieke sectoren belangrijk te vinden, en het (toenmalige) kabinet (Balkenende 4) is gevraagd hiervoor een actieplan op te stellen.
Het actieplan (PDF, 355 kB) is in september 2007 door de toenmalige staatssecretarissen Frank Heemskerk (Economische Zaken) en Ank Bijleveld (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aangeboden aan de Tweede Kamer en eind 2007 door diezelfde Kamer aangenomen. In het plan worden 17 actielijnen beschreven die gelden voor overheidsorganisaties en een aantal sectoren (onderwijs, zorg, sociale zekerheid). De actielijnen hebben als doel om genoemde partijen te helpen hun weg te vinden waar het gaat om open standaarden, en hen meer bewust te maken van de mogelijkheden van open source software. Om uitvoering te geven aan het actieplan NOiV is begin 2008 het gelijknamige programmabureau opgezet, ondergebracht bij Stichting ICTU (ICT Uitvoeringsorganisatie). Programmabureau NOiV functioneert tot eind 2011.
‘Wat houden de 17 actielijnen in?’
In het actieplan (PDF, 355 kB) ‘Nederland Open in Verbinding’ is een 17-tal actielijnen benoemd. Die komen in het kort neer op het volgende:
Actielijn 1 – Lijst voor Comply-or-Explain Open Standaarden
Het College Standaardisatie publiceert in januari 2008 een basislijst met open standaarden (checklist) ten behoeve van burgers, bedrijven en overheden. Deze lijst wordt vervolgens onderhouden en verder aangevuld.
Actielijn 2 – ‘Comply-or-Explain-principe’
Overheden en instellingen uit de (semi-)publieke sector voeren vanaf april 2008 (Rijksdiensten) of december 2008 (medeoverheden en overige instellingen) het ‘comply-or-explain and commit’-principe (pas toe-of-leg uit) in bij ICT- opdrachten (inkoop en aanbestedingen) voor het toepassen van open standaarden bij nieuwbouw, verbouw of contractverlenging.
Actielijn 3 – Interoperabiliteitsraamwerk
Op voordracht van het College Standaardisatie wordt, ter nadere uitwerking van de NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur), een interoperabiliteitsraamwerk opgesteld dat uitgangspunten aangeeft voor het toepassen van standaarden zodanig dat interoperabiliteit bevorderd wordt. De basisversie zal in juni 2008 beschikbaar zijn.
Actielijn 4 – Advies
ICT-opdrachten kunnen tijdig voor de gewenste publicatiedatum vrijwillig voor advies over open standaarden worden voorgelegd aan een programmabureau.
Actielijn 5 – Handhaving van de inzet van open standaarden
Handhaving van de inzet van open standaarden geschiedt op basis van high trust met daarop toegesneden lichte instrumenten als monitoring en ranking.
Actielijn 6 – OpenDocument Format (ODF)
Rijksdiensten ondersteunen vanaf april 2008, naast de huidige bestandsformaten, ODF voor lezen, schrijven en uitwisselen van documenten. Mede-overheden en overige instellingen volgen zo snel mogelijk, doch uiterlijk december 2008.
Actielijn 7 – Implementatiestrategie
Alle ministeries hebben in januari 2009 een implementatiestrategie ontwikkeld voor de aanbesteding en inkoop en het gebruik van open source software; in juni 2008 meer dan de helft van de ministeries. Dit kan uiteraard ook betrekking hebben op gezamenlijke of interdepartementale implementatiestrategieën.
Actielijn 8 – Mede-overheden en overige instellingen
Mede-overheden en overige instellingen (onderwijs, zorg, sociale zekerheid) hebben in januari 2010 een implementatiestrategie ontwikkeld voor de aanbesteding, inkoop en het gebruik van open source software.
Actielijn 9 – Goed voorbeeld doet volgen
Voorhoedelopers worden gestimuleerd.
Actielijn 10 – Communicatie en samenwerkingsverbanden
In het najaar van 2007 en het voorjaar van 2008 zal het ministerie van Economische Zaken samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken communicatiebijeenkomsten organiseren met bedrijven, leveranciers en de diverse overheidsdoelgroepen om de plannen toe te lichten en te komen tot praktische afspraken voor de uitvoering daarvan.
Actielijn 11 – Stimuleren beleid open standaarden en open source software in Europa
Het Kabinet zal, daar waar relevant en mogelijk, zich actief inspannen om het gebruik van open standaarden en open source software in Europees verband te bevorderen. Niet alleen in de diverse comités en werkgroepen ter voorbereiding van Europees beleid, maar ook bijvoorbeeld als vereiste bij het indienen van bestek voor de eGovernment Awards van de Europese Commissie.
Actielijn 12 – Inrichting programmabureau
Vanaf januari 2008 zal een programmabureau worden ingericht om de actielijnen actief te ondersteunen. Het bureau zal de motor zijn achter de invoeringsplannen door met voorlichting, doelgericht advies en op maat gesneden praktijkondersteuning aan rijk, provincies, gemeenten en andere publieke instellingen, het daadwerkelijk gebruik van open standaarden en open source software in een hogere versnelling te brengen. Daarnaast zal het bureau metingen doen om inzicht te houden in de voortgang van de acties en daarover rapporteren ten behoeve van de jaarlijkse Voortgangsrapportage Rijksbrede ICTAgenda en de jaarlijkse Voortgangsrapportage e-overheid. Onder meer zal een ranglijst worden bijgehouden en jaarlijks een prijs ter beschikking worden gesteld voor de Meest Open Publieke Organisatie. Het Kabinet zal in december 2007 een besluit nemen over de inrichting en onderbrenging van het programmabureau. Met de inrichting van een programmabureau wordt tevens invulling gegeven aan de follow-up van programma OSOSS II, dat op december 2007 afloopt. Verantwoordelijk voor de voorstellen zijn de staatssecretaris van Economische Zaken en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Actielijn 13 – Verkenning nieuwe vormen van business cases
Door de juiste momenten te kiezen en een goede businesscase te maken kunnen onnodige migratiekosten voorkomen worden. Het gaat om (nieuwe) aanbestedingen ten behoeve van nieuwen verbouw en contractverlenging van ICT. Onder nieuwbouw wordt ook vervanging begrepen. Voor onderdelen van de rijksdienst die als voorlopers snel (verder) willen migreren naar open standaarden en open source software zal bij de uitwerking van het uitvoeringsplan nader worden bezien hoe daar invulling aan kan worden gegeven.
Actielijn 14 – Gemeenschappelijke Verklaring met ICT~Office en Manifest Open Overheden
Het ministerie van Economische Zaken heeft op 24 mei 2007 samen met ICT~Office een verklaring ondertekend ter verbetering van de samenwerking tussen de rijksoverheid en het ICT-bedrijfsleven. Daarin is vastgelegd dat gegeven het belang voor de overheid van het gebruik van open standaarden, de overheid naar zoveel mogelijk gebruik van open standaarden voor ICT systemen streeft ten behoeve van de communicatie naar burgers en bedrijven. In het bijbehorende ‘programma op hoofdlijnen’ hanteert de overheid de volgende vertrekpunten: Leveranciersonafhankelijkheid, Interoperabiliteit, Transparantie, controleerbaarheid en beheersbaarheid en Digitale duurzaamheid. Voor het einde van 2007 zal naar verwachting de verklaring rijksbreed worden ondersteund. Het streven is dat ook de Manifestgroep van uitvoeringsorganisaties dit jaar de verklaring gaat tekenen. Op 7 september 2007 zullen naar verwachting de ICT-managers van de rijksdienst het Manifest van de Open Overheden ondertekenen. Het Kabinet roept mede-overheden en overige instellingen uit de (semi-) publieke sector op om ook het manifest te ondertekenen.
Actielijn 15 – Software in gebruik bij de overheid
Het Kabinet zal gaan onderzoeken in hoeverre alle in eigen beheer/opdracht ontwikkelde software (in navolging van bijvoorbeeld de elektronische voorzieningen voor het gebruik van het Bedrijvenloket en eFormulieren) in beginsel onder een open source softwarelicentie is vrij te geven, opdat meer software voor hergebruik door de Nederlandse economie beschikbaar komt, de openbaarheid van bestuur versterkt wordt en de aansluiting op elektronische overheidsdienstverlening verder verbeterd wordt. Dit kan betekenen dat de overheid in aanbestedingen het voorbehoud moeten maken ook de Intellectuele Eigendom te verkrijgen van de ontwikkelde software. Zo heeft het Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen van SZW haar software ter beschikking gesteld aan de onderwijswereld om hiermee goedkoop en snel hun Elektronisch Leer Dossier te ontwikkelen. Uitzonderingen kunnen gelden voor software in gebruik voor vitale en nationaal gevoelige doeleinden. In dit verband zal ook de ontwikkeling rond de European Union Public License (EUPL) gevolgd worden.
Actielijn 16 – Onderzoek werking softwaremarkt
Om inzicht te krijgen of, aanvullend op de eerdere genoemde actielijnen, op termijn extra acties nodig zijn, zal het Kabinet de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) om onderzoek vragen naar de werking van de Nederlandse softwaremarkt. Het Kabinet wijst in dit verband mede naar de oproep die de NMa in zijn jaarverslag over 2006 doet aan partijen uit de softwarebranche om signalen, tips en klachten te melden bij de NMa.
Actielijn 17 – Onderzoek economische effecten van open source software
Het CPB wordt gevraagd om economisch onderzoek te doen naar de relatie tussen het stimuleren van open source software en effecten daarvan op innovatie en concurrentie in de ICT-sector. Er is een toenemende wetenschappelijke aandacht voor de economische effecten van de inzet van open source software. Het is zinvol om in kaart te brengen wat deze effecten zijn, met name op het functioneren van softwaremarkten (bijvoorbeeld in welke mate profiteren afnemers).
Wat zijn open standaarden en wat is open source software?
De termen open standaarden en open source software worden vaak in één adem genoemd. Toch zijn het twee verschillende onderwerpen en begrippen, ieder met hun eigen dynamiek.
Open standaarden zijn publieke afspraken over de specificaties van koppelvlakken, tussen samenwerkende toepassingen, diensten, systemen en netwerken. Deze afspraken kunnen op verschillende manieren worden ontwikkeld, aangeboden en beheerd, maar zijn pas ‘open’ standaarden als voldaan wordt aan de volgende definities:
- De standaard is goedgekeurd en zal worden gehandhaafd door een not-for-profit organisatie, en de lopende ontwikkeling gebeurt op basis van een open besluitvormingsprocedure die toegankelijk is voor alle belanghebbende partijen (consensus of meerderheidsbeschikking enzovoort);
- De standaard is gepubliceerd en over het specificatiedocument van de standaard kan vrijelijk worden beschikt of het document is te verkrijgen tegen een nominale bijdrage. Het moet voor een ieder mogelijk zijn om het te kopiëren, beschikbaar te stellen en te gebruiken om niet of tegen een nominale prijs;
- Het intellectuele eigendom – met betrekking tot mogelijk aanwezige patenten – van (delen van) de standaard is onherroepelijk ter beschikking gesteld op een royalty-free basis;
- Er zijn geen beperkingen omtrent het hergebruik van de standaard.
Over open source software wordt gesproken als in het licentiemodel van de software het intellectueel eigendom en het (her)gebruik van de software en bijbehorende broncode (de ‘kern’ van de software) dusdanig geregeld is dat de licentienemer de code mag inzien, gebruiken, verbeteren, aanvullen en verder mag verspreiden.
De reden waarom het actieplan (PDF, 355 kB) open standaarden en open source software in samenhang adresseert, is dat ze beide belangrijk zijn voor het realiseren van meer openheid van ICT-systemen.
Algemeen
Kunnen bestuurders een rol spelen met betrekking tot het actieplan NOiV, en zo ja, welke?
Jazeker, zij kunnen onder meer deelnemen aan de door NOiV georganiseerde ‘Bestuurstafel decentrale overheden’. Eind 2009 is programmabureau NOiV gestart met een serie van bijeenkomsten waarbij bestuurders en inhoudelijke deskundingen uit verschillende geledingen van overheden bijelkaar komen. Ook leveranciers zijn aanwezig bij deze bijeenkomsten, waarbij onder meer gezocht wordt naar ‘doorbraken’. Daarbij gaat het om agendering van NOiV-thema’s door bestuurders vanuit door hen ervaren knelpunten en oplossingen.
Wat is de relatie van NOiV met organisaties als KING, Logius en ICTU?
Programmabureau NOiV werkt, bij haar inhoudelijke werkzaamheden, nauw samen met een aantal (beheer-)organisaties. Dan moet gedacht worden aan bijvoorbeeld KING en Logius. NOiV is een programma dat bij Stichting ICTU (ICT Uitvoeringsorganisatie) is ondergebracht en het is (bijna) vanzelfsprekend dat ook met andere bij ICTU ondergebrachte programma’s wordt samengewerkt.
- KING (Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten) is een zelfstandig instituut, in 2009 opgericht door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). KING adviseert onafhankelijk, begeleidt, stimuleert, en ondersteunt gemeenten in hun organisatie(-ontwikkeling) en uitvoering van gemeentelijke taken.
- Logius is in januari 2006 opgericht onder de naam GBO.Overheid, en draagt sinds januari 2010 de naam Logius. Logius is een baten-lastendienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en werkt in opdracht van verschillende ministeries. Logius werkt mee aan het kabinetsbeleid dat de dienstverlening van de overheid aan burgers en bedrijven wil verbeteren.
- Bureau Forum Standaardisatie (BFS) – Een van onderdelen van Logius is het Bureau Forum Standaardisatie. BFS ondersteunt het College en Forum Standaardisatie bij hun werkzaamheden om interoperabiliteit te bevorderen. De medewerkers begeleiden bijvoorbeeld onderzoek van externe partijen naar open standaarden. Ook voert het Bureau het secretariaat van het College en Forum.
- Stichting ICTU is op 11 april 2001 opgericht door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten. ICTU is een instelling van en voor overheden. Het werkveld van ICTU is de elektronische overheid. Het doel van ICTU is de overheidsdoelstellingen op ICT-gebied optimaal te realiseren door samenwerking tussen overheden te stimuleren en te faciliteren. Daarbij beweegt ICTU zich tussen beleidsontwikkeling en uitvoering.
Open standaarden
Wat is het belang van open standaarden?
Het actieplan (PDF, 355 kB) noemt de volgende doelstellingen met betrekking tot open standaarden:
- Het vergroten van de digitale samenwerking (interoperabiliteit);
- Het verminderen van de afhankelijkheid van leveranciers bij het gebruik van ICT.
Die doelstellingen moeten bereikt worden door onder meer gebruik te maken van de ‘pas toe-of-leg uit’-lijst, een lijst waarop open standaarden worden opgenomen met als doel om aantoonbaar interoperabiliteit te bevorderen en verandering teweeg te brengen. De lijst verplicht overheidsorganisatie open standaarden te gebruiken, tenzij dat echt niet kan. In dat geval dient de organisatie dat aan te geven en uit te leggen in haar jaarverslag. De uitzonderingsregels worden beschreven in het actieplan. Het pas toe-of-leg uit-principe geldt voor alle overheden, alhoewel zij niet verplicht zijn om alle bestaande voorzieningen op korte termijn in te richten met open standaarden. Uitsluitend bij vernieuwing of vervanging boven de 50.000 euro is het pas-toe-of-leg-uit principe van toepassing.
Meer en uitgebreidere informatie over het pas toe-of-leg uit-principe is te vinden in de publicatie ‘Hoe moet de overheid omgaan met open standaarden bij inkoop en aanbesteding?’ (PDF – 370 kB), of op de NOiV Wiki.
‘Hoe is een standaard organisatorisch goed (door) te ontwikkelen en te beheren?’
In het proces van standaardisering zijn grofweg drie stadia te onderscheiden: ontwikkeling, implementatie en beheer. Met name het ontwikkelen en beheren van standaarden wordt onderschat. Het gebeurt nog maar al te vaak dat standaarden worden ontwikkeld zonder stil te staan bij verdere ontwikkeling en beheer van de standaard. De oorzaak is veelal het inzetten van projectfinanciering voor de ontwikkeling van een standaard. Dat gaat in de meeste gevallen niet goed samen met een continue ontwikkeling en beheer van standaarden. De vraag die regelmatig terugkomt is dan ook hoe de standaard organisatorisch goed (door) kan worden ontwikkeld en kan worden beheerd? Deze vraag kan nog specifieker worden gesteld in relatie tot het actieplan (PDF, 355 kB) ‘Nederland Open in Verbinding’, waarmee ‘openheid’ een cruciaal aspect van standaarden is geworden. De vraag luidt dan hoe het beheer- en ontwikkelmodel kan worden ingevuld, passend bij een open standaard.
Voor het programmabureau Nederland Open in Verbinding zijn deze vragen eind 2009 aanleiding geweest om te komen met een hulpmiddel zodat de ontwikkeling en beheer van standaarden beter vorm gegeven kan worden. Dit hulpmiddel is het Beheer- en OntwikkelModel voor Open Standaarden (BOMOS – PDF, 2,2 MB, herziene versie), een document waarmee standaardisatiecommunities ondersteund en geïnspireerd worden bij het structureel vormgeven van het beheer en verdere ontwikkelingen van standaarden. Meer informatie over BOMOS is te vinden op de NOiV portal.
Wat is het Leveranciers Manifest Open Standaarden?
Tijdens de eerste ‘bestuurstafel’ decentrale overheden met toenmalig staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken), gehouden op woensdag 20 januari 2010, is het Leveranciers Manifest Open Standaarden aangeboden. Het manifest moet ervoor zorgen zorgen dat leveranciers (beter) aanspreekbaar worden op het breder toepassen van open standaarden in de door hen ontwikkelde (pakket)software. Ook aan overheden wordt gevraagd om zich te committeren aan het manifest, bijvoorbeeld door hier waarde aan toe te kennen in het selectieproces.
Wat zijn open documentstandaarden (zoals ODF en PDF)?
De Nederlandse overheid stelt open standaarden als norm voor de semi-publieke sector. Dat geldt ook voor documentstandaarden. In dat kader komen drie (open) standaarden om de hoek kijken, die te vinden zijn op de ‘pas toe-of-leg uit’-lijst.
- PDF 1.7 (Portable Document Format, ISO 32000-1:2008 Part 1);
- PDF/A-1 (NEN-ISO 19005-1:2005 EN);
- ODF (Open Document Format, ISO 26300)
Alhoewel PDF en ODF beide documentstandaarden zijn, hebben ze verschillende toepassingen. ODF is gericht op het maken en bewerken van documenten, automatisch gegenereerd uit uiteenlopende bronnen (zoals databases), of bewerkt door andere gebruikers. PDF is een formaat waarmee het (oorspronkelijke) document gereproduceerd wordt.
Meer informatie over open documentstandaarden, is te vinden in de NOiV handreiking open documentstandaarden voor de overheid (PDF, 1,2 MB), of op de NOiV Wiki.
Wat zijn open multimediaformaten en wat is het belang ervan?
Multimedia is hot. Vandaag de dag is via internet iedereen met iedereen verbonden. Geografisch, maar ook in de tijd. Bestanden (bijvoorbeeld audio, video of afbeeldingen) die vandaag gemaakt worden, zouden idealiter over tien of twintig jaar nog bruikbaar moeten zijn. Ook overheden kiezen er steeds vaker voor om hun boodschap in de multimediale vorm te brengen. Of neem het uitzendproces van radio en televisie, dat sinds enige jaren (grotendeels) via digitale bestanden verloopt. Minder bekend is dat de keuzes die organisaties (bewust of onbewust) bij de productie en de distributie van een bestand maken, bepalend zijn voor de mate waarin de informatie elders bruikbaar is. Een belangrijke keuze is welk multimediaformaat wordt gebruikt. Er zijn tientallen, misschien wel honderden formaten. Een keuze voor een bepaald formaat kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor het bereiken van de doelgroep. Een weloverwogen keuze is dan ook van belang. Open standaarden spelen daarbij een belangrijke rol, want:
- Open standaarden zijn niet afhankelijk van een specifieke leverancier;
- Open standaarden zijn te gebruiken in verschillende softwarepakketten;
- Open standaarden worden (over het algemeen) ondersteund door een grote community, zodat ze meer toekomstvast zijn.
Programmabureau NOiV wil bevorderen dat de informatie van de overheid zo goed mogelijk beschikbaar is én blijft, en heeft daarom (samen met Forum Standaardisatie) de Handreiking Multimediaformaten (PDF, 1,28 MB) ontwikkeld en uitgebracht. De handreiking, waarin open standaarden een belangrijke rol spelen, kan organisaties helpen om keuzes te maken die ertoe bijdragen dat de informatie een zo breed mogelijke doelgroep bereikt.
Open Source Software
Waarom kiezen voor open source software?
De ervaring leert dat een keus voor open standaarden voor veel organisaties een stap is op weg naar een omgeving waarin ook open source software een belangrijke rol speelt.
Open source software is software met twee kenmerken:
- De broncode van de software is vrij beschikbaar;
- In het licentiemodel is het intellectueel eigendom en het (her)gebruik van de software en bijbehorende broncode dusdanig geregeld dat de licentienemer de broncode mag inzien, gebruiken, verbeteren, aanvullen en distribueren.
Een open source licentie dwingt af dat de broncode van het product, en soms ook de aanpassingen daarop, vrij beschikbaar moet zijn. Om helder te maken wanneer software open source software genoemd mag worden, zijn door de Open Source Initiative (OSI) voorwaarden opgesteld waaraan een licentie moet voldoen, zodat de software die onder die licentie vrijgegeven wordt, open source genoemd mag worden. Op de website van het OSI is een overzicht te vinden van de beschikbare licenties met betrekking tot open source software.
De vrijheid om de software aan te passen heeft ertoe geleid dat belanghebbenden gezamenlijk werken om de software te verbeteren of uit te breiden, zonder dat eigendomskwesties deze samenwerking in de weg zitten. Deze nieuwe vorm van samenwerking, waarbij personen uit verschillende organisatie, landen of op persoonlijke titel gezamenlijk de software verder ontwikkelen (open source communities), wordt de open source ontwikkelmethode genoemd.
Is open source software gratis?
Vaak wordt gezegd dat open source software gratis is. Die constatering is deels juist, want alleen voor de licenties van open source software hoeft niet te worden betaald. Voor de rest (ondersteuning, onderhoud, opleiding/training, maatwerk, et cetera) worden over het algemeen wél marktconforme bedragen in rekening gebracht.
Wat zijn de verschillen tussen open en gesloten (closed) source software?
Er is een aantal verschillen tussen open en gesloten (closed) software, onder meer op het gebied van ontwikkeling, beheer en wat betreft het licentiemodel.
- Ontwikkeling: open source software (OSS) onderscheidt zich van gesloten software door de wijze waarop de software wordt ontwikkeld. Een OSS-project bestaat uit een community (gemeenschap) die gezamenlijk software ontwikkelen en beheren. Sommige bedrijven kiezen ervoor om medewerkers te laten participeren in dergelijke communities. Redenen om hier in te stappen lopen uiteen van: motiverend voor medewerkers, kennisontwikkeling, invloed uitoefenen op het product, duurzaam ondernemen door kennis; beschikbaar stellen van expertise. Deze manier van ontwikkelen heeft het voordeel dat releases over het algemeen sneller worden uitgebracht en fouten over het algemeen sneller worden opgespoord.
- Beheer: bedrijven die hun geld verdienen met het installeren van open source software, leveren diensten als support, onderhoud en aanvullend maatwerk. Indien er een dienstverlener voor de betreffende open source software is, kan deze desgewenst geheel of gedeeltelijk de risico’s ten aanzien van beheer en support overnemen. Indien er geen dienstverlener is, kan teruggevallen worden op de community. Dit vergt ander risicomanagement van de organisaties die open source software gebruiken.
- Licentiemodel: er zijn veel typen licenties in omloop, ook veel typen die zich richten op open source software. De meest bekende/meestgebruikte open sourcelicentie is de GNU General Public License (GPL), een licentie die gebruikers in staat stelt om de software aan te vullen, aan te passen of te verkopen, mits dat recht ook wordt doorgegeven aan anderen. Daarnaast moet de auteur(s) van de software worden vermeld. Op de website van het Open Source Initiative is een overzicht te vinden van de beschikbare licenties met betrekking tot open source software.
Zijn er voor alle gesloten sourceprogramma’s open alternatieven?
Vandaag de dag is er voor vrijwel ieder gesloten (closed) source software wel een open source alternatief voor handen. Dat varieert van een relatief eenvoudig tekstprogramma tot aan bedrijfskritische software. Onder meer op de websites SourceForge.net, Open Source Alternative en Open Source Software Directory is een grote verzameling open sourceprogramma’s terug te vinden.
Is het gebruiken van open source software voor overheden verplicht?
Nee. Het actieplan (PDF, 355 kB) stelt dat bij aanbestedingen en inkooptrajecten van software voor nieuw- of verbouw en contractverlenging de aanbieders van open source software in de praktijk dezelfde kansen moeten krijgen. Ook zouden zij, ter bevordering van de markt voor open source software in Nederland, bij gelijke geschiktheid de voorkeur moeten krijgen. Gelijke geschiktheid kan concreet worden gemaakt door de de verankering van de eigenschappen en beoogde doelen van open source software in de architectuur én in de programma’s van eisen en wensen bij aanbestedingen. Het gaat dan om de verankering van:
- De vrijheid van de keuze voor meerdere leveranciers;
- Ontvlechting en vermindering verwevenheid van het applicatielandschap;
- Open koppelvlakken en duidelijke interfaces;
- Modulaire opbouw van software;
- Bewuste keuze voor functionaliteit;
- Voldoende kennis van open source en open standaarden in het project- en aanbestedingsteam dat de vraagstelling uitwerkt in eisen en wensen en in de weging daarvan;
- Voldoende kennis van open source en open standaarden in de organisatie;
- Elimineren van discriminerende vragen uit de offerteteksten.
Wat is een implementatiestrategie, en wat moeten overheden er mee?
In het actieplan wordt gesteld dat van overheden wordt verwacht dat zij een implementatiestrategie ontwikkelen voor de aanbesteding en inkoop en het gebruik van open source software (Actielijn 7 en actielijn 8). Het doel van een implementatiestrategie is een blijvende gedragsverandering teweeg te brengen in de manier waarop overheden software verwerven, over software denken en dit in hun (ICT-)architectuur vastleggen. In de afgelopen jaren heeft programmabureau NOiV een groot aantal strategiebijeenkomsten gehouden, onder meer voor alle ministeries.
Om collega-overheidsorganisaties te helpen bij het opstellen van een implementatiestrategie, heeft een aantal overheden en mede-overheden hun beleidsplan beschikbaar gesteld voor hergebruik. In eerste instantie zijn de beleidsplannen beschikbaar van de gemeenten Den Helder, Borger Odoorn, Coevorden en Emmen, Rijn Oost Waterschappen, en een geanonimiseerde versie van een ministerie.
- Modelbeleidsaanpak 23 november 2009
- Ministerie
- Gemeente Den Helder
- Gemeente Emmen
- Rijn Oost Waterschappen
- Provincie Groningen
Naast de beschikbare beleidsplannen heeft programmabureau NOiV een modelbeleidsaanpak voor open standaarden en open source software opgesteld.
Hergebruik van overheidssoftware. Mag dat, en zo ja, hoe werkt dat dan?
Het versterken van de openbaarheid van bestuur en het verder verbeteren van de aansluiting op elektronische overheidsdienstverlening. Die doelstellingen zijn terug te vinden in het actieplan‘Nederland Open in Verbinding’ (PDF, 355 kB), zoals door de Tweede Kamer eind 2007 is aangenomen. In het plan staat dat ‘het (toenmalige, red) kabinet zal gaan onderzoeken in hoeverre alle in eigen beheer/opdracht ontwikkelde software in beginsel onder een open source softwarelicentie is vrij te geven, opdat meer software voor hergebruik door de Nederlandse economie beschikbaar komt’ (Actielijn 15).
In de geest van het actieplan, en een van de doorbraken van de bijeenkomsten die gehouden zijn in het kader van de ‘bestuurstafel’, heeft programmabureau NOiV half augustus 2010 een Marktplaats hergebruik gelanceerd. De ‘Marktplaats hergebruik’ beoogt onder meer het ontsluiten van informatie over (software)oplossingen, het bij elkaar brengen van overheidsorganisaties en leveranciers rondom concreet aanbod voor hergebruik of rondom een initiatief voor een gezamenlijke ontwikkeling, de ontsluiting van best practices, en het delen van ervaringen met betrekking tot hergebruik.
Als ik open source software (her)gebruik, moet ik dan ook een bijdrage leveren aan de community?
Het is niet verplicht om deel te nemen aan een community of (verbeterde) software terug te geven. Vaak zal de leverancier, die support geeft op open source software, wél deelnemen in een community.
Zijn er (overheids-)collega’s die al werken met open source software?
Ja, die zijn er. En in toenemende mate. Op de portal van NOiV is een groot aantal Voorbeeldprojecten verzameld van initiatieven bij (decentrale) overheden met betrekking tot het gebruik van open source software. Ook binnen de NOiV LinkedIn-groep zijn in dat kader verschillende praktijkvoorbeelden ge- en benoemd.
Wat is de Open Source Licentiewijzer, en wat heb ik eraan?
De Open Source Licentiewijzer heeft als doel om op basis van antwoorden op een aantal vragen advies te geven welke open source licentie het meest geschikt is. Daarbij wordt ingestoken op de tien meestgebruikte open source licenties (GNU General Public License – versie 2; GNU General Public License – versie 3; GNU Lesser General Public License; Mozilla Public License; European Union Public Licence; Common Development and Distribution License; MIT License; Apache; GNU Affero; BSD License).
Is er informatie beschikbaar over open sourceprojecten, en zo ja, waar?
Ja, die informatie is er zeker. Zo is op de NOiV Wiki een lijst beschikbaar met interessante open sourceprojecten. Dat gaat dan onder meer om besturingssystemen, leeromgevingen, kantoorautomatisering, ERP-pakketten, en geografische informatiesystemen. Verder is er ook een aparte Wiki-pagina beschikbaar met interessante Nederlandse open sourceprojecten.
Naast de NOiV Wiki is er verder informatie te vinden op bijvoorbeeld de website van OSOR.eu, een Europese verzamelplaats met betrekking tot open source (overheids-)software. Meer algemene informatie en voorbeelden van open sourceprojecten, is te vinden op de website van SourceForge.net, wereldwijd de grootste marktplaats als het gaat om vrije en open source software.
Zijn er partijen die ervaring hebben met het vormen van een community rondom open source software?
Ja, enkele voorbeelden zijn:
- Typo3Gem is een samenwerkingsverband van (vooral) gemeenten die het open source Content Management Systeem TYPO3 gebruiken. De deelnemers hebben inmiddels de nodige ervaring opgedaan wat betreft governance en financiering.
- De Hippo GebruikersGroep behartigt de belangen van de eindgebruikers van Hippo CMS en Hippo Portal, en richt zich op opdrachtgevers en (eind-)gebruikers van de open source Hippo-producten binnen en buiten de overheid.
- De OpenGeoGroep is een coöperatieve vereniging waarin de grootste verzameling van expertise in Nederland op het gebied van Geo-ICT op basis van open standaarden en open source software bijeen is gebracht.
- Een van de uitkomsten van de Bestuurstafel, is de oprichting van de ODF Gebruikersgroep (eind 2010). De groep wil een plek bieden voor de uitwisseling van kennis en ervaringen met de implementatie van het open documentformaat ODF. Daarnaast kan de groep dienen als platform voor vraagbundeling en wil het een centraal aanspreekpunt zijn voor een succesvolle samenwerking met leveranciers.
- Triple A is een netwerk van ROC’s en AOC’s die samenwerken binnen een aantal ICT-initiatieven in het MBO-veld. Binnen dit netwerk is een referentiekader ontwikkeld voor organisaties die hun onderwijsprocessen en ICT-systemen willen aanpassen aan de eisen van competentiegericht onderwijs.
Open Werken
Onze organisatie wil meer flexibilisering en keuzevrijheid als het gaat om kantoorautomatisering. Kan dat?
In de afgelopen jaren hebben veel (overheids-)organisaties systeem op systeem gestapeld, waardoor ze telkens weer gebonden zijn aan een volgende versie van het platform dat ze al in huis hebben. Dat speelt bijboorbeeld bij de aanschaf van nieuwe systemen voor de kantoorautomatisering. Het gevolg is dat er met grote regelmaat fors geïnvesteerd moet worden, en dat er niet echt sprake is van leveranciersonafhankelijkheid en interoperabiliteit. Om organisaties te helpen bij het maken van een exitstrategie en te voorkomen dat organisaties in de toekomst weer in een zelfde lock-in situatie terechtkomen, heeft programmabureau NOiV in het najaar van 2010 de Roadmap Open Werken gelanceerd. De online toepassing moet gezien worden als een hulpmiddel bij het streven naar meer flexibilisering en keuzevrijheid.
De Roadmap is een soort van wegwijzer waarmee (overheids-)organisaties kunnen bepalen welke strategische ICT-aspecten zij het meest belangrijk vinden, hoe open ze willen zijn, en hoe die keuzes vervolgens moeten worden doorgevoerd in hun ICT-huishouding. Aan de hand van opgedane ervaringen van overheids- en marktpartijen (zoals het project Open.Amsterdam) wil programmabureau NOiV komen tot een ‘blauwdruk’ om de invoering van een andere, meer flexibelere manier van werken bij de overheid te bevorderen.
Ondersteunend aan de wegwijzer is een Wiki beschikbaar, met daarin onder meer de principes voor het formuleren van beleid, migratiebeschrijvingen, voorbeelden en alternatieven voor softwarepakketten, best practices en kosten-batenanalyses. De nadruk in de wegwijzer ligt op een mix van dienstgerichte toepassingen, gebaseerd op open én gesloten technieken. Ook actuele strategische thema’s, zoals ‘het nieuwe werken’ en ‘cloud computing’, vormen een integraal onderdeel van de wegwijzer.
Onderwijs
Wat houdt het actieplan NOiV in voor een onderwijsinstelling?
In het actieplan (PDF, 355 kB) NOiV is een aantal actielijnen opgenomen die betrekking hebben op het gebruik van ICT in het onderwijs (zoals elektronische leeromgevingen) en in de bedrijfsvoering (zoals leerlingadministratie). Dat zijn deze drie actielijnen:
- Actielijn 2: ‘Comply-or-Explain-principe’
- Actielijn 6: OpenDocument Format (ODF)
- Actielijn 8: Implementatiestrategie
Wat betekent het actieplan NOiV in de praktijk voor een onderwijsinstelling?
1. Voor open standaarden dienen onderwijsinstellingen het ‘comply or explain’-principe’ (pas toe of leg uit) te volgen. Concreet houdt dit in dat onderwijsinstellingen standaarden die op de Pas toe of leg uit-lijst van het Forum Standaardisatie staan en die passen binnen het toepassingsgebied van de aanbesteding, moeten opnemen in de aanbesteding en anders verantwoorden waarom ze deze niet opnemen. U kunt ook zelf open standaarden aanmelden voor deze lijst en de lijst ‘Meest gangbare standaarden’. Onderdeel van het proces om de standaard op de lijst te krijgen, is openbare consultatie. Hiervoor kunt u zich aanmelden, wanneer een openbare consultatie van een standaard wordt aangekondigd. Houd daarvoor de site van het Forum Standaardisatie in de gaten.
2. Voor open source software geldt: neem in uw afweging zowel open als gesloten source software mee. NOiV heeft aanbestedingsteksten beschikbaar. Het project Triple A (nu onderdeel van saMBO~ICT) heeft open standaarden en open source software goed verwerkt in de aanbesteding (PDF).
3. In een implementatiestrategie legt u vast hoe u omgaat met open standaarden en open source software in uw onderwijsinstelling. NOiV heeft een voorbeeld-implementatiestrategie (PDF) beschikbaar van een MBO-instelling. Verder heeft NOiV een blauwdruk beschikbaar.
Waarom zou mijn onderwijsinstelling open standaarden toepassen?
Het belang van open standaarden voor elke (semi-)publieke instelling staat in het actieplan NOiV beschreven.
Voor onderwijsinstellingen in het bijzonder kunnen de volgende redenen genoemd worden:
- Uitwisselen gegevens in de keten
Om een goede ketenpartner te zijn, kiezen sommige instellingen er bewust voor om informatie beschikbaar te stellen volgens een open standaard. Zodoende is het voor de andere partij eenvoudig en goedkoop om de informatie automatisch over te nemen. Een voorbeeld van een standaard in de onderwijsketen is de standaard Elektronisch Leerdossier (ELD). Dit is een afspraak over het digitaal uitwisselen van leergegevens tussen scholen, ten behoeve van een doorlopende leerlijn. - Open communiceren naar de buitenwereld
Veel van deze communicatie, zoals nieuwsbrieven, cijfers en studievoortgang, gebeurt tegenwoordig digitaal. Deelnemers en ouders moeten die informatie kunnen bekijken zonder daarvoor speciale hardware of software te hoeven aanschaffen. Dit betekent dat de onderwijsinstelling dit soort informatie niet in Worddocumenten, Excelsheets e.d. stuurt naar leerlingen en ouders maar in bestanden in ODF (voor bewerkbare documenten) en PDF/A (archivering). Dit gaat verder dan documenten, want ook de online communicatie moet te bekijken zijn in alle reguliere webbrowsers, zoals Internet Explorer, Mozilla Firefox, Google Chrome of Apple Safari. Daar zorgt de open standaard Webrichtlijnen voor. - Recht op onderwijs
De Grondwet schrijft voor dat onderwijsinstellingen kosteloos toegankelijk zijn. Zaken die nodig zijn voor het volgen van onderwijs mogen niet onder een vrijwillige bijdrage vallen. Wanneer onderwijsinstellingen gesloten standaarden gebruiken, is het voor studenten niet mogelijk om zelf te bepalen welke software zij gebruiken voor het maken van verslagen of presentaties indien zij opdrachten als huiswerk moeten uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan de opdracht: ‘Maak een Powerpointpresentatie’. Niet iedereen thuis beschikt over deze software van Microsoft en wil kosten maken om deze software aan te schaffen. De docent zou studenten de ruimte moeten bieden om een presentatie te maken in een willekeurig softwarepakket en didactisch moeten insteken op de algemene vaardigheden van het maken van een presentatie, en/of de inhoudelijke kwaliteit van de presentatie. - Cloud computing
Steeds meer applicaties staan niet meer bij uw instelling zelf, maar toch wilt u er op een eenvoudige manier toegang tot krijgen en informatie uit de applicatie kunnen halen. Dat kan alleen met open standaarden. Indien uw applicaties niet meer op uw eigen systemen draaien, wilt u er wel zeker van zijn dat u altijd toegang houdt tot uw eigen informatie zonder hoge kosten te moeten maken voor het omzetten van de informatie naar een formaat dat u kunt gebruiken. In het kader van Cloud Computing wordt dit ook wel de ‘exit-strategie’ genoemd: hoe krijgt u uw data weer uit de Cloud? - Gebruik van eigen laptops en tablet-PC’s door leerlingen
Als uw instelling ervoor gekozen heeft leerlingen de vrijheid te geven eigen laptops of tablets te gebruiken bij de lessen of colleges, moet uw instelling bewust kiezen voor software en digitaal leermateriaal dat op die verschillende apparaten kan draaien. Dat kan wanneer in de software of het digitaal leermateriaal open standaarden zijn verwerkt. - ‘Best of Breed’- strategie
Sommige onderwijsinstellingen kiezen voor de beste of goedkoopste applicatie op de markt die een deel van de processen ondersteunt. Hierdoor stellen zij met verschillende applicaties hun ICT-ondersteuning samen. Ze kiezen daarmee voor ‘Best of Breed’. Een dergelijke strategische keuze heeft wel een consequentie. Deze verschillende pakketten moeten met elkaar samenwerken en informatie uitwisselen, zodat het voor de medewerkers binnen de instelling voelt als één systeem. Dat kan eenvoudiger als de verschillende applicaties werken met open standaarden waarin afspraken zijn gemaakt over alle koppelvlakken.
Zie ook hoofdstuk 3 in de publicatie ‘Hoe? Zo! Open standaarden en open source software in het mbo’.
Waarom zou mijn onderwijsinstelling open source software toepassen?
Er is een aantal algemene redenen voor een (semi-)publieke instelling om voor open source software te kiezen.
Voor onderwijsinstellingen in het bijzonder kunnen de volgende redenen genoemd worden:
- Innovatief
Open source software wordt ontwikkeld door mensen die als doel hebben om een zo goed mogelijk product te ontwikkelen voor de ‘community’. Innovatie is hierbij de belangrijkste drijfveer, ook als er weinig of geen commercieel belang bij is. De wereld van open source software sluit uitstekend aan bij het onderwijs en de bedrijfsvoering van innovatieve onderwijsinstellingen. - Maatschappelijk belang
Onderwijsinstellingen worden gefinancierd met publieke middelen. Het zou daarom aanbevelenswaardig zijn ‘iets terug te geven aan de maatschappij’. Dat betekent open source software aanschaffen, verbeteren en teruggeven aan de maatschappij (community).
Zie ook hoofdstuk 5 in de publicatie ‘Hoe? Zo! Open standaarden en open source software in het mbo’.
Wat zegt het actieplan NOiV over onderwijs over open standaarden en open source software?
Het actieplan NOiV zegt niets over onderwijs over open standaarden en open source software.
Niettemin blijkt uit onderzoek (PDF), in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, dat voor stimulering van gebruik van open standaarden en open source software in het onderwijs, ook naar het onderwijs over deze onderwerpen gekeken moet worden.
Onderwijs over open standaarden en open source software kan worden onderverdeeld in:
- ICT-beroepskennis: onderwijs aan ICT-leerlingen
- Digitale vaardigheden van alle leerlingen in alle onderwijssectoren: productonafhankelijke vaardigheden
Binnen ICT-opleidingen worden de ICT-professionals van morgen opgeleid. Dit zijn de mensen die in de nabije toekomst bepalend zijn voor de ontwikkeling en selectie van software. Om de doelstellingen van het actieplan te bereiken is het belangrijk dat deze aanstaande professionals bekend zijn met open source software en open standaarden. Het gaat dan niet zo zeer om bekendheid met specifieke producten, maar veel meer om de achterliggende doelstellingen (leveranciersonafhankelijkheid, interoperabiliteit en gelijk speelveld) en concepten (auteursrecht, open ontwikkelmodel).
Bij digitale vaardigheden gaat het erom dat leerlingen en studenten zoveel mogelijk productonafhankelijk vaardigheden leren, zodat ze nu en later in staat zijn om met verschillende software te werken in plaats van met één specifiek pakket van één leverancier. Zij leren bijvoorbeeld presentaties maken, niet ‘werken met Powerpoint’. Hiermee zijn de leerlingen klaar voor de toekomst: wat nu belangrijke pakketten zijn voor digitale vaardigheden, zijn straks als de leerlingen werken misschien niet zo belangrijk meer. Denk bijvoorbeeld aan de opkomst en ondergang van WordPerfect.
Waar kan ik vrij lesmateriaal vinden over open source software en open standaarden of onderwijs hierover?
Kijk op de NOiV-wiki voor vrij lesmateriaal over open source software en open standaarden en onderwijsprogramma’s
over open source software en open standaarden.
Welke open standaarden zijn voor mijn onderwijsinstelling van belang?
Kijk op de NOiV-wiki voor open standaarden voor het onderwijs.
Hoe kunnen open standaarden worden toegepast binnen onze onderwijsinstelling?
- Stap 1. Opnemen in beleid
In het ICT-beleidsplan kan worden opgenomen dat de softwaresystemen die worden aangeschaft of gebouwd, moeten voldoen aan open standaarden. In de onderwijsbeleidsplannen kan worden opgenomen dat de onderwijsinstelling op een ‘open’ manier communiceert met studenten en andere partijen. Teams en docenten moeten snappen dat zij open standaarden hanteren als ze studenten digitale opdrachten geven.
Naast het opnemen van uitgangspunten in beleidsplannen, kunnen ook specifieke speerpunten worden benoemd. Bijvoorbeeld: al het ingekochte leermateriaal moet aan de open standaard ‘Afspelen Educatieve Content’ voldoen zodat het ook echt werkt in onze leeromgeving. Of: onze website moet voldoen aan de webrichtlijnen zodat iedere ouder of deelnemer de informatie goed kan lezen en zien. - Stap 2. Beleggen bij verantwoordelijke voor inkoop
De verantwoordelijke voor de inkoop (persoon of afdeling) kan zorgen dat bij de aanschaf van software en/of digitaal leermateriaal open standaarden worden geëist. Bij een aanbesteding kan als eis worden opgenomen dat de nieuwe softwareproducten moeten voldoen aan bepaalde open standaarden.
– Een aantal aanbestedingsprincipes is te vinden op de NOiV Wiki.
– Ook heeft NOiV modelteksten (PDF) voor een ‘open’ voorkeur beschikbaar gesteld. Een inkoper zal – bij voorkeur samen met de informatiemanager of IT-manager – moeten bepalen aan welke open standaarden moet worden voldaan. - Stap 3. Selectieproces en betrek ICT-afdeling
Bij het selectieproces van zowel nieuw leermateriaal als nieuwe software is het niet alleen van belang om (specifieke!) open standaarden op te nemen in aanbesteding en offerteaanvragen. Het is ook noodzakelijk om de werking ervan in de praktijk te zien. Voor zowel software als leermateriaal is het van belang om vooraf uitgebreid te testen, voordat wordt overgegaan tot aanschaf.
Wanneer een onderwijsinstelling een keuze moet maken voor nieuwe software, kan zij een aantal tests doen om te controleren of de applicatie voldoet aan open standaarden. Lever bijvoorbeeld leerlingengegevens aan in een open formaat en vraag de leverancier om live te demonstreren hoe deze gegevens correct worden ingelezen. Daarbij is het ook verstandig om de leverancier live te laten tonen of de mutaties ook worden meegenomen bij het opnieuw inlezen van het bestand. Beloftes in brochures komen immers niet altijd overeen met de werkelijkheid.
Kennisnet biedt validatietools aan waarmee kan worden getest of geëxporteerde bestanden uit e-Portfolio’s en digitaal lesmateriaal voldoen aan de open standaarden.
Zie ook hoofdstuk 4 in de publicatie ‘Hoe? Zo! Open standaarden en open source software in het mbo’.
Welke open source software is beschikbaar voor mijn onderwijsinstelling?
Kijk op de NOiV-wiki voor onderwijsspecifieke open source software.
Hoe kan open source software worden gebruikt binnen onze onderwijsinstelling?
Open source software is grotendeels een ICT-aangelegenheid. Het is echter wel van belang om open source software een eerlijke kans te geven, en eventueel zelfs een voorkeursbehandeling. Om dit mogelijk te maken, is het belangrijk om te zorgen dat er op drie plekken aandacht aan geschonken wordt aan open source software:
- In het (ICT-)beleid
Bepaal wat uw instelling wil met open source software en leg dat vast in uw (ICT-)beleidsplan. Kijk voor inspiratie voor het formuleren van een strategie op open source software in de Roadmap Open Werken. - In aanbestedingen
Het schrijven van beleid alleen is niet voldoende. Natuurlijk moet ook op de werkvloer actie worden ondernomen. Degene die verantwoordelijk is voor de inkoop van software, dient in de aanbesteding de keuzes uit het beleidsplan mee te nemen. Het is hierbij vooral van belang dat open source software een kans krijgt. Let op: open source software hoeft niet te worden aanbesteed. Aanvullende dienstverlening dient wel volgens de regels te worden aanbesteed. NOiV heeft modelteksten (PDF) voor een ‘open’ voorkeur beschikbaar gesteld. - Bij de selectie van software
Bij de selectie van software is het van belang om open source software en gesloten software op dezelfde manier te behandelen. Beide pakketten moeten op dezelfde criteria worden beoordeeld om een eerlijk vergelijk te kunnen maken. Als er in het beleid een ‘open’ voorkeur is afgesproken, dan zou bij gelijke geschiktheid het open source pakket de voorkeur moeten krijgen. Bij het beoordelen van de gesloten en open source software blijkt soms dat het lastig is om de producten één op één te vergelijken omdat bij open source software de ondersteuning vaak apart ingekocht dient te worden. De reden hiervoor is dat de software in een community wordt ontwikkeld en dat deze community geen dag-tot-dag ondersteuning biedt. Om hierbij een helpende hand te bieden, heeft NOiV een
selectiemodel ontwikkeld waarmee de afwijkende kenmerken van open source software kunnen worden beoordeeld.
Zie ook hoofdstuk 6 in de publicatie ‘Hoe? Zo! Open standaarden en open source software in het mbo’.
Zijn er voorbeelden van onderwijsinstellingen die met open source software werken?
Kijk op de NOiV-wiki voor praktijkvoorbeelden in het onderwijsveld. Hierin staan ook links naar artikelen die programmabureau NOiV heeft gemaakt over deze onderwijsinstellingen.
Zorg
Wat houdt het actieplan NOiV in voor onze zorginstelling?
Zorginstellingen vallen onder de benaming ‘Mede-overheden en overige instellingen (onderwijs, zorg, sociale zekerheid)’ in het actieplan (PDF, 355 kB).
In het actieplan NOiV is een aantal actielijnen opgenomen die gelden voor de zorgsector:
- Actielijn 2: ‘Comply-or-Explain-principe’
- Actielijn 6: OpenDocument Format (ODF)
- Actielijn 8: Implementatiestrategie
Wat betekent het actieplan NOiV in de praktijk voor een zorginstelling?
- Voor open standaarden dienen zorginstellingen het ‘comply or explain’-principe’ (pas toe of leg uit) te volgen. Concreet houdt dit in dat zorginstellingen standaarden die op de Pas toe of leg uit-lijst van het Forum Standaardisatie staan, en die passen binnen het toepassingsgebied van de aanbesteding, moeten opnemen in de aanbesteding en anders moeten verantwoorden waarom ze deze niet opnemen.
U kunt ook zelf open standaarden aanmelden voor deze lijst en de lijst ‘Meest gangbare standaarden’. Onderdeel van het proces om de standaard op de lijst te krijgen, is openbare consultatie. Hiervoor kunt u zich aanmelden, wanneer een openbare consultatie van een standaard wordt aangekondigd. Houd daarvoor de site van het Forum Standaardisatie in de gaten. - Voor open source software geldt: neem in uw afweging zowel open als gesloten source software mee. NOiV heeft aanbestedingsteksten beschikbaar.
- In een implementatiestrategie legt u vast hoe u omgaat met open standaarden en open source software in uw zorginstelling. NOiV heeft een blauwdruk beschikbaar.
Waarom zou mijn zorginstelling open standaarden toepassen?
Het belang van open standaarden voor (semi-)publieke instellingen staat in het actieplan NOiV beschreven.
Voor zorginstellingen in het bijzonder is vooral van belang dat zorg aan patiënten meer een ketenvraagstuk wordt. Waar meerdere specialisten zorg verlenen aan een patiënt, is goede afstemming onontbeerlijk. Niet alleen om precies te weten wat de andere specialist heeft gedaan om daarop aan te sluiten, maar ook om geen dubbel werk te doen. Als dit ontbreekt, frustreert dit goede zorg aan de patiënt en kost dat uiteindelijk veel geld. Samenwerking is dan ook het sleutelwoord. Daarvoor is het wél noodzaak dat (informatie)systemen met elkaar kunnen ‘praten’, interoperabel zijn. Informatie moet kunnen worden uitgewisseld. Ongeacht tijd, plaats of systeem. In dat proces zijn (open) standaarden een vereiste.
Waarom zou mijn zorginstelling open source software toepassen?
Er is een aantal algemene redenen voor een (semi-)publieke instelling om voor open source software te kiezen.
Voor zorginstellingen in het bijzonder spelen deze problemen als het gaat om de informatievoorziening:
- Legacy zeer complex;
- Hoge kosten van software (bijvoorbeeld nieuw ZIS kost circa 18 miljoen euro);
- Kwaliteit gesloten software laag of alleen toepasbaar voor een doelgroep;
- Innovatie duur en beperkt koopbaar;
- Massale vendor lock-in;
- Monolitische systemen.
Open source sofware kan helpen de ICT-kosten omlaag te brengen en systemen beter te laten aansluiten op de behoeften van de zorgverleners. Met open source software is het immers mogelijk de software aan te passen aan de eigen wensen.
Welke open standaarden zijn voor mijn zorginstelling van belang?
NICTIZ (Nationaal ICT Instituut in de Zorg) houdt een lijst bij van standaarden in de zorg.
Hoe kunnen open standaarden worden toegepast binnen onze zorginstelling?
Stap 1. Opnemen in beleid
In het ICT-beleidsplan kan worden opgenomen dat de softwaresystemen, die worden aangeschaft of gebouwd, moeten voldoen aan open standaarden. Naast het opnemen van uitgangspunten in beleidsplannen, kunnen ook specifieke speerpunten worden benoemd. Bijvoorbeeld: ‘waar mogelijk gebruiken we de profielen van IHE’.
Stap 2. Beleggen bij verantwoordelijke voor inkoop
De verantwoordelijke voor de inkoop (persoon of afdeling) kan zorgen dat bij de aanschaf van software open standaarden worden geëist. Bij een aanbesteding kan als eis worden opgenomen dat de nieuwe softwareproducten moeten voldoen aan bepaalde open standaarden.
- Een aantal aanbestedingsprincipes is te vinden op de NOiV Wiki;
- Ook heeft het NOiV modelteksten (PDF) voor een ‘open’ voorkeur beschikbaar gesteld.
Een inkoper zal – bij voorkeur samen met de informatiemanager of ICT-manager – moeten bepalen aan welke open standaarden moet worden voldaan.
Stap 3. Selectieproces en betrek ict-afdeling
Bij het selectieproces van nieuwe software is het niet alleen van belang om (specifieke!) open standaarden op te nemen in aanbesteding en offerteaanvragen. Het is ook noodzakelijk om de werking ervan in de praktijk te zien. Het is van belang om vooraf uitgebreid te testen, voordat wordt overgegaan tot aanschaf.
Welke open source software is beschikbaar voor mijn zorginstelling?
Naast generieke open source software zijn er ook open source applicaties specifiek voor de zorgsector beschikbaar:
Datamanagement
| Pakketnaam | Organisatie/commerciële implementatie | Commerciële ondersteuning | Licentie | Omschrijving |
| Open Clinica | Open Clinica | Ja | LGPL | Datamanagement van Clinical Trials, ofwel medisch onderzoek |
EPD (Elektronisch Patiëntendossier)
| Pakketnaam | Organisatie/commerciële implementatie | Commerciële ondersteuning | Licentie | Omschrijving |
| OpenEMR | Open Source Medical Software (OSMS) | Nee | GPL | Functies voor onder meer praktijkmanagement, patiëntendossier, voorschrijfsysteem en facturatie |
| Medical/GNU Health | GNU Solidario / In Nederland flxCore | Ja | GPL | Gebaseerd op OpenERP, één van de grootste Open Source enterprise management oplossingen |
| OpenClinic | Geen | Ja | GPL | Registratiesysteem voor solo- en groepspraktijken. Beschikbaar in het Nederlands. |
| WorldVistA EHR | WorldVistA | Ja | GPL | EPD ontwikkeld voor de veteranen ziekenhuizen in de VS |
PACS / DICOM
| Pakketnaam | Organisatie/commerciële implementatie | Commerciële ondersteuning | Licentie | Omschrijving |
| O3-DPACS | O3 Enterprise | Ja | GPL | Opslag van beelden. Voldoet aan IHE richtlijnen. Het Ruwaard van Putten ziekenhuis gebruikt deze software. |
| dcm4che | Geen | Nee | GPL | Medische beeldverwerking. Compatibel met standaarden als DICOM, HL7 en IHE. |
| OsiriX | Pixmeo | Nee | LGPL | DICOM viewer die uitsluitend draait op het besturingssysteem van Apple. |
Overig
| Pakketnaam | Organisatie/commerciële implementatie | Commerciële ondersteuning | Licentie | Omschrijving |
| VIM (Veilig Incident Melden) | Atrium MC en Academisch Ziekenhuis Maastricht | Nee (alleen door gebruikersvereniging) | Onbekend | Decentraal, laagdrempelig en blame- free meldsysteem voor incidenten. |
| HelpIM | Stichting e-hulp | Ja | GPL | Chatapplicatie voor hulpverlenende instanties. Gebruikers zijn onder meer humanitas, Sensoor, Bureau Jeugdzorg Utrecht, Fier Fryslan, Welzijnsgroep en Slachtofferhulp. |
Hoe kan open source software worden gebruikt binnen onze zorginstelling?
Open source software is grotendeels een ICT-aangelegenheid. Het is echter wel van belang om open source software een eerlijke kans te geven, en eventueel zelfs een voorkeursbehandeling. Om dit mogelijk te maken, is het belangrijk om te zorgen dat er op drie plekken aandacht aan geschonken wordt aan open source software:
1. In het (ICT-)beleid
Bepaal wat uw instelling wil met open source software en leg dat vast in het (ICT-)beleidsplan. Kijk voor inspiratie voor het formuleren van een strategie op open source software, in de Roadmap Open Werken.
2. In aanbestedingen
Het schrijven van beleid alleen is niet voldoende. Natuurlijk moet ook op de werkvloer actie worden ondernomen. Degene die verantwoordelijk is voor de inkoop van software, dient in de aanbesteding de keuzes uit het beleidsplan mee te nemen. Het is hierbij vooral van belang dat open source software een kans krijgt. Let op: open source software hoeft níet te worden aanbesteed. Aanvullende dienstverlening dient wél volgens de regels te worden aanbesteed. NOiV heeft modelteksten (PDF) voor een ‘open’ voorkeur beschikbaar gesteld.
3. Bij de selectie van software
Bij de selectie van software is het van belang om open source software en gesloten software op dezelfde manier te behandelen. Beide pakketten moeten op dezelfde criteria worden beoordeeld om een eerlijk vergelijk te kunnen maken. Als er in het beleid een ‘open’ voorkeur is afgesproken, dan zou bij gelijke geschiktheid het open sourcepakket de voorkeur moeten krijgen. Bij het beoordelen van de gesloten en open source software blijkt soms dat het lastig is om de producten één op één te vergelijken omdat bij open source software de ondersteuning vaak apart ingekocht dient te worden. De reden hiervoor is dat de software in een community wordt ontwikkeld en dat deze community in de regel geen dag-tot-dag ondersteuning biedt. Om hierbij een helpende hand te bieden, heeft NOiV een selectiemodel ontwikkeld waarmee de afwijkende kenmerken van open source software kunnen worden beoordeeld.
Zijn er voorbeelden van zorginstellingen die met open source software werken?
Ja, die zijn er. Hetzij nog wel op bescheiden schaal. Voorbeelden zijn het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht (werkt onder meer met het open source besturingssysteem Ubuntu, de kantoorapplicatie OpenOffice.org en het elektronisch patiëntendossier IntraZis); S&L Zorg in Roosendaal (werkt onder meer met CentOS, OpenOffice.Org en Covide Groupware); Ruwaard van Puttenziekenhuis in Spijkenisse (werkt onder meer met O3-DPACS – Picture Archiving and Communication System).
Juridisch/inkoop
Onze organisatie is bezig met (Europees) aanbesteden van software, waar moeten wij op letten?
In de afgelopen jaren hebben veel (overheids-)organisaties systeem op systeem gestapeld, waardoor ze telkens weer gebonden zijn aan een volgende versie van het platform dat ze al in huis hebben. Ze zitten in een vicieuze cirkel.
Het gevolg is dat er met grote regelmaat fors geïnvesteerd moet worden, en dat er niet echt sprake is van leveranciersonafhankelijkheid en interoperabiliteit. Als hulpmiddel (en in het kader van actielijn 4) heeft programmabureau NOiV het document ‘Modelteksten voor open voorkeur in een aanbesteding’ opgesteld, dat als doel heeft te waarborgen dat bij aanbestedingen van ICT-projecten, een gelijk speelveld wordt gecreëerd voor open standaarden en open source software.
Moet ik open source software aanbesteden of kan ik het downloaden?
Gratis software hoeft niet te worden aanbesteed. Ook open source software dat gratis is hoeft niet te worden aanbesteed. In de praktijk is open source software niet altijd gratis. In het geval dat het verwerven van de open source software geld kost, moet voor de aanschaf van de open source software en de eventuele bijpassende diensten de reguliere inkoopprocedure worden gevolgd en de vraag worden gesteld of er sprake is van een aanbestedingsplicht. In het geval dat de open source software gratis wordt verworven, is de aanbestedingswetgeving niet van toepassing en kan de software vrij – zonder enige vorm van aanbesteding – worden gedownload. Hiermee is nog niets gezegd over de aanschaf van bijpassende diensten; daarop is wel de aanbestedingswetgeving van toepassing.
Wie is er aansprakelijk voor fouten in open source software?
Software kan fouten bevatten waardoor schade ontstaat. Dat geldt voor open én gesloten source software. In vrijwel alle open sourcelicenties wordt de aansprakelijkheid van de auteurs voor schade vergaand uitgesloten. Een dergelijke vergaande uitsluiting is ook niet ongewoon voor gesloten software. In de handreiking ‘Handreiking beheersing juridische risico’s overheid bij open source software’ wordt nader ingegaan op dit onderwerp.
Welke (open source) licentie zou onze organisatie kunnen gebruiken?
Als een organisatie de stap maakt naar open source software, of overweegt om die stap te maken, dan krijgt het te maken met (één of meerdere) open source licenties. Het verschil met licenties van closed source software (gesloten) is dat er geen geld betaald hoeft te worden voor de open source licenties. De overeenkomst met licenties van closed source software is dat er te kiezen valt uit vele tientallen licenties. Op de website van het Open Source Initiative (OSI) is het merendeel van die open source licenties bijeengebracht. Een ander hulpmiddel is de Open Source Licentiewijzer, een initiatief van programmabureau NOiV.
De Open Source Licentiewijzer heeft als doel om op basis van antwoorden op een aantal vragen advies te geven welke open source licentie het meest geschikt is voor uw organisatie. Daarbij wordt ingestoken op de tien meestgebruikte open source licenties:
- GPL versie 2 (GNU General Public License)
- GPL versie 3 (GNU General Public License)
- LGPL (GNU Lesser General Public License)
- MPL (Mozilla Public License)
- EUPL (European Union Public Licence)
- CDDL (Common Development and Distribution License)
- MIT (MIT License)
- Apache
- GNU Affero
- BSD Licentie (BSD License)
NOiV Monitor / Ranking
Wanneer verschijnt het Monitor-rapport?
Het rapport is als PDF te downloaden op de NOiV-website, en is ook verkrijgbaar in gedrukte versie. Zie ook de resultaten-pagina.
Wanneer verschijnt de Ranking?
De lijst is als PDF te downloaden op de NOiV-website. Zie ook de resultaten-pagina.
Wat is het verschil tussen de (gewone) ranking en de voorhoede-ranking?
De gewone ranking geeft een beeld van de voortgang die elke organisatie heeft geboekt met het uitvoeren van de actielijnen van het actieplan NOiV. Een organisatie die de maximum-score behaalt (100) is als het ware ‘klaar’: alles wat naar de letter van het actieplan van de organisatie wordt verwacht is gerealiseerd. De voorhoede-ranking bengt in beeld welke organisaties voorop lopen en verder gaan dan de letter van het actieplan, zij houden zich actief bezig met open standaarden en open source software en hebben het beleid structureel een plek gegeven in de dagelijkse praktijk binnen hun organisatie.
Service
Kan ik exemplaren van een NOiV-publicatie bestellen?
Ja, zo lang de voorraad strekt versturen wij onze publicaties. Verstuur uw aanvraag via het contactformulier en vermeld daarbij welke publicatie en hoeveel exemplaren u wilt ontvangen. U krijgt de publicatie thuisgestuurd. U kunt, in de meeste gevallen, de documenten en publicaties ook (als PDF) downloaden vanaf de NOiV-website.
